Hoe kan je jouw tweede verblijf of vastgoedinvestering financieren?

|Posted by | Hypothecaire Lening
Tags: , ,
Financieren tweede woning of vastgoedinvestering

Zelfs als je genoeg spaargeld hebt, is het door de lage rentevoeten een goed om te lenen voor je tweede verblijf of vastgoedinvestering. Een lening voor een tweede woning kan je immers nog altijd een belastingvoordeel opleveren. En als je het pand zou verhuren, profiteer je ook nog van een hefboomeffect op het rendement omdat de interesten van de lening lager liggen dan het rendement dat je uit je investering haalt. Maar op welke verschillende manieren kan je lenen voor je tweede woonst of investeringspand? 

1. Nieuwe hypothecaire lening afsluiten

Als je leent voor een tweede woning of een investeringspand, dan kan je net zoals bij een gezinswoning een hypothecaire lening afsluiten. De aanvraag verloopt hetzelfde, maar de kredietgevers houden wel rekening met andere criteria als het gaat om je tweede verblijf of een pand om te verhuren. Net zoals bij een eerste eigen woning moet je allerlei persoonlijke en financiële informatie verschaffen aan de kredietverstrekker. Ze gaan dus ook kijken naar je inkomsten, je uitgaven, je professionele situatie en dergelijke.

Het grote verschil is dat er bij een tweede woning of vastgoedinvestering meer aandacht wordt besteed aan de eigen inbreng en de quotiteit – het percentage van het aankoopbedrag dat je gaat lenen. Bij een investeringspand hanteren de banken immers de richtlijn van een maximale quotiteit van 80%. Van de overige 20% en andere kosten, zoals de notariskosten en registratierechten, wordt verwacht dat je ze zelf financiert.

Een ander belangrijk element waarmee kredietgevers rekening houden zijn de eventuele huurinkomsten die je ontvangt. Als je een tweede verblijf aanschaft, gaan ze geen rekening houden met de huuropbrengsten. Leen je voor een investeringspand? Dan nemen ze de huurinkomsten wel mee in de behandeling van jouw kredietaanvraag. Natuurlijk moet je dan wel kunnen aankomen dat het om terugkerende huurinkomsten gaat en dan nog tellen ze vaak niet voor 100% mee. Als verhuurder heb je immers ook nog (onverwachte) kosten, zoals onroerende voorheffing of herstellingskosten. Ook zonder huurinkomsten moet je eigenlijk maandelijks over genoeg geld beschikken om de lening probleemloos af te betalen.

2. Wederopname van je huidige hypothecaire lening

Wie een tweede woning wilt kopen of gaat investeren in vastgoed hoeft daarvoor niet noodzakelijk een nieuw woonkrediet af te sluiten. In theorie kan je ook een wederopname van kapitaal binnen je bestaande hypothecaire lening doen. Als de lening voor je gezinswoning al voor een groot deel is afgelost, kan je het terugbetaalde bedrag dus opnieuw ontlenen en daarmee je investering financieren. Het grote voordeel is dat je bij een terugname leent tegen de huidige rentetarieven, die momenteel nog altijd erg laag staan.

Een ander voordeel is dat je voor een wederopname niet opnieuw naar de notaris moet voor het inschrijven van een nieuwe hypotheek. Een hypotheek blijft immers 30 jaar geldig. Als je bijvoorbeeld voor je gezinswoning een woonlening afsloot van 25 jaar en daarvan al 15 jaar verstreken zijn, dan heb je nog 15 jaar binnen je hypotheek over. Een nadeel is dan wel dat je gezinswoning ook als onderpand of garantie wordt genomen. Als je jouw lening niet meer zou kunnen terugbetalen, dan kan de bank in het ergste geval je gezinswoning verkopen.

3. Bulletkrediet

Een andere financieringswijze voor een investeringspand is een bulletkrediet. Bij zo’n aflossingsvrije lening betaal je tijdens de looptijd enkel de interesten en pas op het einde van de looptijd los je het volledige kapitaal af. De kredietgever kan dit alleen aanvaarden als je kan bewijzen dat je op het einde van de looptijd over voldoende kapitaal zal beschikken op het volledige bedrag in één keer terug te betalen.

Het nadeel is vooral dat je bij een bulletkrediet eigenlijk meer interesten betaald dan bij een gewoon hypothecair krediet, omdat je gedurende de hele looptijd rente betaald op het volledige leenbedrag omdat je geen kapitaal aflost.

Deze vorm van financiering is bijvoorbeeld mogelijk via een groepsverzekering. Het opgebouwde pensioenkapitaal wordt normaal gezien pas uitgekeerd als je op pensioen gaat. Toch is het mogelijk om al een voorschot op te nemen, op voorwaarde dat het wordt gebruikt om onroerend goed mee te financieren. Meestal ligt er een limiet op het percentage dat je vervroegd kan opnemen en je kan ook alleen een voorschot vragen op wat je al bijeen hebt gespaard in de groepsverzekering. Meestal zijn het mensen die dicht bij hun pensioen staan die gebruik maken van deze mogelijkheid omdat de opgebouwde reserve natuurlijk groter is.

Daarnaast kan je ook jouw beleggingsportefeuille als onderpand voor je lening dienen. De bank kijkt dan hoe je portefeuille is samengesteld en bepaalt dan de hoogte van het bedrag dat als garantie wordt genomen. Zo hoef je geen hypotheek op je woning te leggen en moet je ook geen notariskosten betalen. Verder blijf je ook eventuele dividenden of coupons ontvangen. Het enige nadeel is dat je niet volledig vrij bent om je beleggingen te beheren. Eventuele aan- of verkopen moet je altijd met de bank bespreken.

Avatar

Over Sien Droeshout

Het is geen geheim dat ik me als content marketeer bij TopCompare uren mag verdiepen in de allerlaatste nieuwtjes van de financiële wereld. Alleen zo kan ik mensen op een duidelijke en leuke manier informeren over financiële producten, én hen helpen de beste keuzes te maken.